skelet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ske·let
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘geraamte’ voor het eerst aangetroffen in 1778 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord skelet skeletten
verkleinwoord skeletje skeletjes

Zelfstandig naamwoord

skelet o

  1. (anatomie) samenstel van onderdelen dat het lichaam stevigheid geeft
     Reigerbotjes, skeletten en knoopje kindsoldaat leggen grafelijk Binnenhof bloot: Sieraden, naaigerei, pannen, pijpen, potten, muntjes, paardentuig, kogels, één schaats, afgekloven botjes van verorberde vogels, marmeren scherven uit Maurits' lusthof, papbordjes, tinnen soldaatjes, pruikenrollers en de funderingen van de verdwenen Spuipoort en Uiterste Poort; honderden voorwerpen vertellen het verhaal van de plek waar al eeuwen het regeringscentrum is gevestigd.[3]
  2. (bouwkunde) de dragende structuur van een gebouw
     In het Zeeuwse Oost-Souburg is de bouw van een nieuwe school stilgelegd, nadat was ontdekt dat de fundering en het skelet van het gebouw 180 graden zijn gedraaid ten opzichte van de tekeningen. Dat maakt de basisschool, de Tweemaster-Kameleon, bekend in een brief aan de ouders.[4]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "skelet" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. skelet op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 26 maart 2022 Weblink bron “Reigerbotjes, skeletten en knoopje kindsoldaat leggen grafelijk Binnenhof bloot” (22-01-2016), NOS
  4. Bronlink geraadpleegd op 10 mei 2022 Weblink bron “School in Oost-Souburg achterstevoren gebouwd: 'Bizar'” (11 mei 2022), NOS
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Deens

Woordafbreking
  • ske·let

Werkwoord

skelet

  1. voltooid deelwoord van skele