sjouw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sjouw

Werkwoord

vervoeging van
sjouwen

sjouw

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sjouwen
    • Ik sjouw. 
  2. gebiedende wijs van sjouwen
    • Sjouw! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sjouwen
    • Sjouw je? 

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.