sjezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sje·zen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘hard rijden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1917 [1]
  • In de betekenis van ‘zakken voor examen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1850 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sjezen
sjeesde
gesjeesd
zwak -d volledig

Werkwoord

sjezen

  1. ergatief (Nederland) er niet in slagen een studie of overhoring succesvol te voltooien
    • Er sjeesden dat jaar wel erg veel studenten. 
  2. (Limburg) roekeloos of te hard rijden.
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.

Verwijzingen