sjanker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

sjanker aan de penis
Uitspraak
Woordafbreking
  • sjan·ker
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘venerische ziekte’ voor het eerst aangetroffen in 1778 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord sjanker sjankers
verkleinwoord sjankertje sjankertjes

Zelfstandig naamwoord

sjanker m [3]

  1. (medisch) ulcus aan de geslachtsorganen door een besmettelijke ziekte
    • Ziektes die zweren aan de geslachtsdelen veroorzaken, zoals syfilis en chancroid (‘weke sjanker'), hielpen het aidsvirus hiv bij zijn ontstaan en zijn verspreiding in koloniale steden in de vroege twintigste eeuw. Dat concluderen wetenschappers uit Leuven, Lissabon en Boedapest in het blad Plos ONE [4] 
    • Welke geneesheer immers zou kunnen waarborgen dat 'de hoer, die hij heden middag gevisiteerd heeft, niet reeds heden avond besmet is'? Zo bezien bood de reglementering een valse zekerheid en bleef het risico van een druiper (gonorroe) of harde sjanker (syfilis) bestaan [5] 
Hyponiemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

29 % van de Nederlanders;
26 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen