sjaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sjaal
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘omslagdoek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1822 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord sjaal sjaals
verkleinwoord sjaaltje sjaaltjes

Zelfstandig naamwoord

sjaal m

  1. (kleding) een langwerpige lap stof die om de hals gedragen wordt
    • Zo'n 96 procent van alle klussen is inmiddels ingevuld. Het gaat dus om ‘de laatste wapperende handen’, laat Van der Herberg weten. Ook kan de stichting nog nieuwe, zachte handdoeken gebruiken. Mooi verpakt met een touwtje of strikje eromheen. Die worden dan meegegeven in de pakketten. Vorig jaar ging het om gebreide mutsen en sjaals. Een ‘warm extraatje’, bij de levensmiddelen. [2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen