singultus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sin·gul·tus
enkelvoud meervoud
naamwoord singultus -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

singultus

  1. (medisch) hik, een onwillekeurige spiersamentrekking van het middenrif
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie