sinecuren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • si·ne·cu·ren

Zelfstandig naamwoord

sinecuren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord sinecure
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord sinecuur
Synoniemen