simonie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • si·mo·nie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord simonie -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

simonie v [2]

  1. het uit winstbejag verhandelen van geestelijke (kerkelijke) goederen of ambten

Gangbaarheid

22 % van de Nederlanders;
37 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen