silicone

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

rode van siliconen gemaakte armband
Uitspraak
Woordafbreking
  • si·li·co·ne
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘synthetisch silicium bevattende stof’ voor het eerst aangetroffen in 1949 [1]
  • waarschijnlijk van Engels [2][3]
enkelvoud meervoud
naamwoord silicone siliconen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

silicone o

  1. organische silicium verbinding
    • Lijf en armen van de robot zijn gegoten en bestaan uit een mengsel van siliconenrubbers met verschillende stijfheden. [4] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen