sikh

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sikh
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Hindi, in de betekenis van ‘lid van hindoesekte’ voor het eerst aangetroffen in 1863 [1]
  • afgeleid van 'sikkha' uit Pali of śiṣya uit het Sanskriet met de betekenis: discipel
enkelvoud meervoud
naamwoord sikh sikhs
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

sikh m

  1. (religie) lid van een religieuze gemeenschap in Noordwest-India
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen