sigarenzaakje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • si·ga·ren·zaak·je

Zelfstandig naamwoord

sigarenzaakje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord sigarenzaak