shotten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • shot·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels

Werkwoord

shotten

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
shotten
shotte
geshot
zwak -t volledig
  1. intraveneus inspuiten van (illegale) verdovende drugs
     „Het leven is saai, boring! Vreselijk saai. Elke nacht de straat op, de Stille Veerkade, na één klant direct naar de dealer en alvast mijn eerste shot. Daarna nog vijf of zes klanten, dan weer langs de dealer en dan naar huis.” Shotten, slapen en de volgende nacht weer werken. Zo ziet het leven van de 23-jarige Evelina er uit in de jaren tachtig.[1]
  2. voetballen
  3. hard tegen iets aan trappen

Gangbaarheid

49 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Janita van Hoeven-ten Voorde “Evelina’s leven bestond uit slapen, shotten en tippelen” (07-01-2017), Reformatorisch Dagblad
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be