setpunt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • set·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord setpunt setpunten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

setpunt o

  1. (sport) een punt dat setwinst oplevert als men het haalt in een wedstrijd met sets
    • Via 10-18 kwam het bij 19-24 op setpunt. Sliedrecht Sport kwam nog twee punten terug, maar dankzij een succesvolle aanval van Daphne Knijff werd de set in Vroomshoops voordeel beslist, 21-25. [1] 
    • In de tweede set liet het duo Koolhof/Tsitsipas in de tiebreak op 6-3 drie setpunten op een rij onbenut. Ook op bij een 7-6-voorsprong was een setpunt niet aan het gelegenheidskoppel besteed. [2] 

Gangbaarheid

70 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.

Verwijzingen