setje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • set·je

Zelfstandig naamwoord

setje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord set


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • set·je
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse werkwoord setja.
vervoeging
onbepaalde wijs setje
setta
tegenwoordige tijd set
verleden tijd sette
voltooid
deelwoord
sett
onvoltooid
deelwoord
setjande
lijdende vorm setjast
gebiedende wijs set
vervoegingsklasse onregelmatig
opmerking

Werkwoord

setje

  1. overgankelijk deponeren, doen, leggen, neerleggen, neerzetten, opstellen, overeind zetten, plaatsen, poseren, steken, stellen, stoppen, voorleggen, zetten
    «Vi så at det var plass til å sette tallerkner i skapet.»
    We zagen dat er genoeg ruimte was om de schotels in de kast te zetten.
  2. overgankelijk aanplanten, beplanten, inplanten, planten, poten
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • setje på bakken
aan de grond houden