seminar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • se·mi·nar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord seminar seminars
verkleinwoord seminarretje seminarretjes

Zelfstandig naamwoord

seminar o

  1. studiebijeenkomst van één of meer dagen over een vraagstuk en mogelijke oplossingen
Overerving en ontlening
Anagrammen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
seminar seminars

Zelfstandig naamwoord

seminar

  1. seminarie
  2. colloquium, wekelijkse presentatieserie
Overerving en ontlening
Anagrammen


Indonesisch

Uitspraak
  • [zelfstandig naamwoord] IPA: /seminar/
  • [bijvoeglijk naamwoord] IPA: /səminar/
Woordafbreking
  • se·mi·nar
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

seminar

  1. seminar
Afgeleide begrippen

Bijvoeglijk naamwoord

seminar

  1. (klassiek) stralend


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • se·mi·nar
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Noorse zelfstandige naamnaamwoorden arbeid en møte met het invoegsel -s-
Naar frequentie 20138
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   seminar     seminaret     seminar
seminarer  
  seminara
seminarene  
genitief   seminars     seminarets     seminars
seminarers  
  seminaras
seminarenes  

Zelfstandig naamwoord

seminar, o

  1. seminar, themadag, werkvergadering, workshop [1]
Synoniemen
Opmerkingen

Verwijzingen

  1. Statsspråk, Nr. 3 - 2008, side 2: På godt norsk: workshop


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • se·mi·nar
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Nynorske zelfstandige naamnaamwoorden arbeid en møte met het invoegsel -s-
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   seminar     seminaret     seminar     seminara  

Zelfstandig naamwoord

seminar, o

  1. seminar, themadag, werkvergadering, workshop [1]
Synoniemen
Opmerkingen

Verwijzingen

  1. Statsspråk, Nr. 3 - 2008, side 2: På godt norsk: workshop