seminaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • se·mi·naar
Woordherkomst en -opbouw
  • minder gebruikelijke schrijfwijze voor seminar
enkelvoud meervoud
naamwoord seminaar seminaars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

seminaar m

  1. studiedag
Synoniemen

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
63 % van de Vlamingen.

Verwijzingen