Naar inhoud springen

seksuoloog

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sek·suo·loog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord seksuoloog seksuologen
verkleinwoord seksuoloogje seksuoloogjes

Zelfstandig naamwoord

de seksuoloogm

  1. (medisch) (beroep) wetenschapper die de seksuologie beoefent
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be