seksuoloog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sek·suo·loog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord seksuoloog seksuologen
verkleinwoord seksuoloogje seksuoloogjes

Zelfstandig naamwoord

seksuoloog m

  1. (medisch) (beroep) wetenschapper die de seksuologie beoefent
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie