seksleven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • seks·le·ven
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord seksleven
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

seksleven o

  1. het gedeelte van iemands leven dat betrekking heeft op seks
    • De oude man had nog een uitgebreid seksleven. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.