sehne

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • seh·ne
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
sehne
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gsehne
enkelvoud meervoud
1e persoon ich sehn mir sehne
2e persoon du sehnt dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
sehnt
sehne
sehne
sehnt
sehne
3e persoon er sehnt sie sehne
sie sehnt
es sehnt

Werkwoord

sehne

  1. kijken, zien
Opmerkingen