scribent
Uiterlijk
- scri·bent
- Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘schrijver’ voor het eerst aangetroffen in 1571 [1]
- [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | scribent | scribenten |
| verkleinwoord | - | - |
de scribent m
- Het woord scribent staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "scribent" herkend door:
| 64 % | van de Nederlanders; |
| 51 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "scribent" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ scribent op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be