schuit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een klein type schuit
Een schuitje van een weefgetouw

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schuit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schuit schuiten
verkleinwoord schuitje schuitjes

Zelfstandig naamwoord

schuit v/m

  1. (scheepvaart) een eenvoudig open vrachtvaartuig zonder dek, opbouw of aandrijving
    • Het schuitje lag vlak bij de haven in het water te dobberen. 
  2. (textielindustrie) bij het weven gebruikte houder met het klosje garen
  3. (schertsend) een grote schoen
    • Wat een schuiten heb je toch! 
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • in hetzelfde schuitje zitten
in dezelfde moeilijkheden zitten
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl