schuilplekje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schuil·plek·je

Zelfstandig naamwoord

schuilplekje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord schuilplek

Gangbaarheid