schuifknoop
Uiterlijk

- Geluid: schuifknoop (hulp, bestand)
- IPA: / ˈsxœyfknop / (2 lettergrepen)
- schuif·knoop
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schuifknoop | schuifknopen |
| verkleinwoord |
de schuifknoop m
- aangetrokken lus in garen, draad, koord of touw als bevestiging die makkelijk kan worden losgetrokken
- ▸ Qua uitrusting, en gebruindheid, heeft de boomklimmer veel van een alpinist: kleurige overall, helm, veiligheidsbril en touwwerk. Alleen hangt er een handzaag aan zijn gordel. En in tegenstelling tot een bergbeklimmer dient hij zijn klimlijn voortdurend strak te houden – met een schuifknoop.[2]
- Het woord 'schuifknoop' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron Koos van Zomeren“Boomklimwedstrijden” (25 mei 2007) op nrc.nl
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal