schteh

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • schteh
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
schteh
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gschtanne
enkelvoud meervoud
1e persoon ich schteh mir schtehne
schtehn
2e persoon du schtehscht dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
schteht
-
schtehne
schtehn
-
3e persoon er schteht sie schtehne
schtehn
sie schteht
es schteht

Werkwoord

schteh

  1. staan
Uitdrukkingen en gezegden
  • schtill schteh
stilstaan
Opmerkingen

Werkwoord

schteh

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van schteh