schroomvallig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schroom·va·llig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen schroomvallig schroomvalliger schroomvalligst
verbogen schroomvallige schroomvalligere schroomvalligste

Bijvoeglijk naamwoord

schroomvallig

  1. verlegen
  2. terughoudend
    • De schroomvallige politici zijn er niet happig op om de christenvervolging aan de kaak te stellen. 

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.