schromelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schro·me·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen schromelijk schromelijker schromelijkst
verbogen schromelijke schromelijkere schromelijkste
partitief schromelijks schromelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

schromelijk

  1. in buitensporige mate
    • Dat is een schromelijke overdrijving. 

Bijwoord

schromelijk

  1. op buitensporige wijze
    • Dat is echt schromelijk overdreven! 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.