schrijnend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schrij·nend

Werkwoord

vervoeging van: schrijnen
verbogen vorm: schrijnende

schrijnend

  1. onvoltooid deelwoord van schrijnen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen schrijnend schrijnender schrijnendst
verbogen schrijnende schrijnendere schrijnendste
partitief schrijnends schrijnenders -

Bijvoeglijk naamwoord

schrijnend

  1. betreffende een brandende pijn
    • Door het schuren van het zadel en de rijbroek had de ruiter een schrijnende pijn aan zijn benen en zijn zitvlak. 
  2. heel erg slecht
    • De schrijnende toestand in het watersnoodgebied maakte snelle hulpverlening noodzakelijk. 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be