schranzen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schran·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schranzen
schransde
geschransd
zwak -d volledig

Werkwoord

schranzen

  1. inergatief met gretigheid en veel eten
    • Eetgewoontes had ik niet: ik vastte of schransde en 'normaal' eten kon ik niet meer. 
Schrijfwijzen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be