schotwondje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schot·wond·je

Zelfstandig naamwoord

schotwondje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord schotwond

Zelfstandig naamwoord

schotwondje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord schotwonde