schort

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schort
enkelvoud meervoud
naamwoord schort schorten
verkleinwoord schortje schortjes

Zelfstandig naamwoord

schort o

  1. (kleding) een lap stof die voorgebonden wordt gewoonlijk rond de middel om de kleding te beschermen bij huishoudelijke taken zoals het koken of schoonmaken
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schorten

schort

  1. onpersoonlijke tegenwoordige tijd van schorten
vervoeging van
schorten

schort

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van schorten
  2. gebiedende wijs van schorten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie