schorsmolen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen



Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schors·mo·len
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schorsmolen schorsmolens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

schorsmolen m [2]

  1. een molen waarmee men eikenschors fijnmaalt voor de productie van een stof die nodig is voor het looien van leer
    • Een doodlopend straatje voert naar de Ezeldijkmolen, de voormalige watermolen van de prinsen van Oranje. Het complex heeft de vorm van een Latijns kruis, met trapgevels aan de vier uiteinden. Een aftakking van de rivier de Demer bracht er een graan- en een schorsmolen in beweging. Met de eikenschors werd een product bereid dat nodig was voor het looien van leer. [3] 


Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen