schoonvegen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schoon·ve·gen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

schoonvegen [2]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schoonvegen
veegde schoon
schoongeveegd
zwak -d volledig
  1. reinigen met een borstel of bezem
    • Of de man even vakantie neemt om van het nieuws te bekomen of definitief stopt met het schoonvegen van de Brusselse straten, is niet duidelijk. De identiteit van de man wordt ook geheimgehouden. [3] 
  2. (figuurlijk) de straat schoonvegen: het publiek wegjagen
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • ieder moet zijn eigen stoep schoonvegen
ieder moet eerst voor zijn eigen zaken zorgen voordat hij zich gaan bemoeien met andermans zaken
  • je eigen straatje schoonvegen
alles alleen maar uitleggen in je eigen voordeel
  • Het verwijt dat Masmeijer zijn straatje mag schoonvegen, snijdt geen hout. Sterker, het interview leek soms eerder op een kruisverhoor, omdat hij werd geconfronteerd met tegenstrijdigheden over zijn strafzaak. 'Dat moest ook', zegt de chef, 'we laten hem natuurlijk niet kritiekloos leeglopen.' [4]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. schoonvegen op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. de Standaard 17/oktober/2016 door jva
  4. Volkskrant Annieke Kranenberg 2 juli 2017