schoonouders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schoon·ou·ders

Zelfstandig naamwoord

schoonouders mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord schoonouder

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.