schoolbus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Amerikaanse schoolbus
Uitspraak
Woordafbreking
  • school·bus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schoolbus schoolbussen
verkleinwoord schoolbusje schoolbusjes

Zelfstandig naamwoord

schoolbus m

  1. (onderwijs), (verkeer) autobus die kinderen naar en van school rijdt

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie