schizofreen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schi·zo·freen
Woordherkomst en -opbouw
  • gespleten geest; σχίζω schizo, φρενός phrenos
enkelvoud meervoud
naamwoord schizofreen schizofrenen
verkleinwoord schizofreentje schizofreentjes

Zelfstandig naamwoord

schizofreen [1]

  1. een persoon lijdende aan schizofrenie
    • De beroemde schilder van heel bizarre kleurrijke schilderijen was een schizofreen. 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen schizofreen schizofrener schizofreenst
verbogen schizofrene schizofrenere schizofreenste
partitief schizofreens schizofreners -

Bijvoeglijk naamwoord

schizofreen

  1. horend bij schizofrenie en een schizofreen
  2. bizar, vreemd, raar

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen