schipbreukelingetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schip·breu·ke·lin·ge·tje

Zelfstandig naamwoord

schipbreukelingetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord schipbreukeling