schild

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schild
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘verdedigingswapen, plaat’ voor het eerst aangetroffen in 1100 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord schild schilden
verkleinwoord schildje schildjes

Zelfstandig naamwoord

schild o

  1. (militair) een voorwerp dat als afweer tegen de aanval van de vijand voor zich gehouden wordt
    • De krijgers sloegen met hun speren op hun schilden om zichzelf moed en de vijand schrik in te boezemen. 
  2. (dierkunde) harde buitenkant die het lichaam van sommige dieren beschermt
  3. bord met een opschrift
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen