schijterig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schij·te·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen schijterig schijteriger schijterigst
verbogen schijterige schijterigere schijterigste
partitief schijterigs schijterigers -

Bijvoeglijk naamwoord

schijterig

  1. van een persoon dat die veel te bang is
    • De jongeman is veel te schijterig om met het mooie meisje een praatje te maken. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.