schijnwerper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schijn·wer·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schijnwerper schijnwerpers
verkleinwoord schijnwerpertje schijnwerpertjes

Zelfstandig naamwoord

schijnwerper m

  1. een sterke lamp voorzien van een lenzenstelsel dat een krachtige lichtbundel uitzendt
    • Er stonden twee schijnwerpers op hem gericht. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • in de schijnwerper staan
onderwerp van grote attentie zijn
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen