Naar inhoud springen

schijnt

Uit WikiWoordenboek
  • schijnt
vervoeging van
schijnen

schijnt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schijnen
    • Jij schijnt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schijnen
    • Hij schijnt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van schijnen
    • Schijnt! 
     Heb je het fijn?' 'Ja, ja, de zon schijnt,' zeg ik obligaat.[1]
     Het schijnt vrij eenvoudig te zijn, maar dan moet ik wel mijn dataroaming aanzetten, terwijl ik juist even verlost wilde zijn van de terreur van Steve Jobs in mijn broekzak.[1]
     Het schijnt vrij eenvoudig te zijn, maar dan moet ik wel mijn dataroaming aanzetten, terwijl ik juist even verlost wilde zijn van de terreur van Steve Jobs in mijn broekzak.[1]
  1. 1 2 3
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340