schiettuig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

schiettuig
Uitspraak
Woordafbreking
  • schiet·tuig
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schiettuig schiettuigen
verkleinwoord schiettuigje schiettuigjes

Zelfstandig naamwoord

schiettuig o [1]

  1. wapens waarmee je kogels kunt afvuren
    • Onder de bevolking bestaat echter ook veel verzet tegen de strengere wetgeving, met name onder wapenbezitters die vrezen dat ze hun schiettuig moeten inleveren. [2] 
    • De frêle actrice moest een stevige training ondergaan om enigszins realistisch om te kunnen gaan met het buitenproportionele schiettuig dat beter past bij haar tegenspeler, de in dit opzicht gepokt en gemazelde Terminator, Arnold Schwarzenegger. [3] 
    • De man, gekleed in een lichtblauwe polo en een spijkerbroek maakt vervolgens schietende bewegingen, maar zijn schiettuig weigert dienst. In paniek probeert hij zo snel mogelijk zijn wapen te herladen, maar nog voordat hij opnieuw kan schieten, wordt hij overmeesterd door een voorbijganger. [4] 
Synoniemen
Hyponiemen


Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.


Verwijzingen