scheuteling
Uiterlijk
- Geluid: scheuteling (hulp, bestand)
- IPA: / ˈsxøtəˌlɪŋ / (3 lettergrepen)
- scheu·te·ling
- vermoedelijk afgeleid van schut zn met het achtervoegsel -ling en met het invoegsel -e-, omdat ze met een houten schot van de zeug werden weggehouden [1][2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | scheuteling | scheutelingen |
| verkleinwoord | - | - |
de scheuteling m
- Het woord 'scheuteling' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Boon, Ton den & Rudi Hendrickx(red.), Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal (2015) 15e druk, Van Dale Uitgevers, Utrecht/Antwerpen ISBN 9789460772221; p. 3442
- ↑ Haimon, P.De weg over de grens. 2e druk (1978) Corrie Zelen, Maasbree; ISBN 90 6280 541 8; p. 255; geraadpleegd 2018-03-12
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ling in het Nederlands
- Invoegsel -e- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Veeteelt in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal