schermutseling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scher·mut·se·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schermutseling schermutselingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

schermutseling

  1. v
  2. een kleinschalig gewapend treffen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.