schemerig
Uiterlijk
- sche·me·rig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | schemerig | schemeriger | schemerigst |
| verbogen | schemerige | schemerigere | schemerigste |
| partitief | schemerigs | schemerigers | - |
schemerig
- wat minder helder licht vlak voordat het avond wordt
- Toen het schemerig werd konden we de eerste vleermuizen zien.
- wat minder duidelijk is, misschien illegaal is en dus het daglicht niet kan verdragen
- Onze buurman heeft een wat schemerig handeltje in tweedehands auto's
- [1] halfdonker
- [2] vaag, onduidelijk, schimmig
- Het woord schemerig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "schemerig" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be