scheluwte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sche·luw·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord scheluwte -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

scheluwte v

  1. de mate waarin een voorwerp niet vlak meer (scheluw) is door kromtrekking
  2. (spoorwegen) te snelle overgang tussen een rechtstand en een cirkelboog of tussen twee bogen met een verschillende straal

Gangbaarheid