schei

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schei
enkelvoud meervoud
naamwoord schei scheien
verkleinwoord scheitje scheitjes

Zelfstandig naamwoord

schei v/m

  1. (molenaarsambacht) een soort van buffer die de verticale beweging van de slagbeitel in een oliemolen opvangt

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als werkwoord.

Werkwoord

vervoeging van
scheiden

schei

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scheiden
    • Ik schei. 
  2. gebiedende wijs van scheiden
    • Schei! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scheiden
    • Schei je? 
Synoniemen

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders
59 % van de Vlamingen.