scheepsbeschuit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

scheepsbeschuit uit 1852
Uitspraak
Woordafbreking
  • scheeps·be·schuit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord scheepsbeschuit scheepsbeschuiten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

scheepsbeschuit v/m [1]

  1. hard en droog beschuit dat lang bewaard kan worden en daarom zeer geschikt is voor zeereizen
    • Maar hoe rijkelijk de burger ook tafelde, de bemanning van de koopvaardijvloot zelf at beroerd. Culinair journaliste Wina Born beschreef hun kostje in het standaardwerk Eten door de eeuwen: harde scheepsbeschuit, gezouten vis, gort, grauwe erwten, bonen, kaas en spek, door te spoelen met bier en brandewijn (die ter hoogte van Spanje al op was). Met scheurbuik tot gevolg. [2] 
    • Volgens de Birmese autoriteiten is er niets aan de hand. Zij hebben de goederen niet in beslag genomen, maar overgenomen om ze te verdelen, ‘zoals tevoren was afgesproken’. World Food Project-woordvoerder Paul Risley noemt de inbeslagname echter schandalig, en ‘nooit eerder vertoond in de geschiedenis’. De in beslag genomen lading van het WFP bevatte 38 ton scheepsbeschuit: koekjes met een hoge voedingswaarde.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. de Standaard 30 JUNI 2016 Geert Van Der Speeten
  3. Volkskrant Michel Maas 10 mei 2008