scheenbeen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scheen·been
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord scheenbeen scheenbenen
scheenbeenderen
verkleinwoord scheenbeentje scheenbeentjes

Zelfstandig naamwoord

scheenbeen o

  1. (anatomie) het voorste van beide botten in het onderbeen van de mens
Synoniemen
  • tibia (wetenschappelijke naam)
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie