schavielen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scha·vie·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schavielen
schavielde
geschavield
zwak -d volledig

Werkwoord

schavielen

  1. ergatief (scheepvaart) het almaar langs elkaar wrijven van touw of zeil waardoor snel slijtplekken ontstaan
    • Waar de fok steeds langs de stag schavielt, omwikkelen we de stag met een smarting. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

15 % van de Nederlanders;
24 % van de Vlamingen.