scharrelaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[3] scharrelaar
Uitspraak
Woordafbreking
  • schar·re·laar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord scharrelaar scharrelaars
verkleinwoord scharrelaartje scharrelaartjes

Zelfstandig naamwoord

scharrelaar m [1]

  1. iemand met een ongeregeld liefdesleven
    • Keith Floyd was een scharrelaar die steeds weer nieuwe projecten ondernam: baantjes, restaurants, echtgenotes.[2] 
  2. iemand met een ongeregeld werkzaam leven
    • Onder hen waren ook handige scharrelaars, die om een beetje extra geld te verdienen wat koopwaar op de rug meenamen.[3] 
  3. (vogels) Coracias garrulus op Wikispecies vogel uit de familie van de scharrelaars
    • De Europese Unie had de dolfijn van Cuvier en de scharrelaar, een zeldzame vogelsoort, voorgedragen. Deze moeten nu ook beter beschermd worden. Van de 32 diersoorten die waren voorgedragen, is alleen de leeuw niet op de lijst gekomen, omdat verschillende Afrikaanse landen dit niet zagen zitten.[4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Volkskrant Onno Kleyn 15 februari 2017
  3. de Telegraaf JOOP DUIJS 25 apr. 2015
  4. de Telegraaf 07 nov. 2014